‘Wawat moet ik er feitelijk van zeggen. Ik staat op enne… ja… ja, ik ga… eh bewerkstelligen wat ik heb gedaan, enzovoorts, enne… en ik denk: Nou eh… Theo, dat moet je maar doen…
Eh, ‘t is jammer dat je, eh… sommige dingen… het was moeilijk om dat te doen, maar nou ja, Theo, denk ik bij me eigen, houd je goed en houd je netjes. Nou ja, ja, ja, ja… Je moet je feitelijk weer als een heer gedragen. Dat vond ik! Dat ik me keurig moest presenteren. Als iemand, ja, die nog, eh… iets te zeggen had. Ik had nog wel iets te zeggen. Maar ja, hehe, ja, hahaha…’
‘Wawat moet ik er feitelijk nog van zeggen. Ja. Ik ga naar bed en slapen. Slapen tot ik op kan staan…’
Onlangs stuitte ik op de website van Dichter Tonnus Oosterhoff op een merkwaardig gedicht. Het was een bewerking van een audiofragment uit de radiodocumentaire ‘honderd jaar eenzaamheid’ van Stefan Heijdendael (vpro 1999). Tonnus bewerkte het voor de boekenweek van 2008, dat ouderdom als thema had. Op de site van Tonnus hoor je het bovenstaande fragment in stukken voorbij komen. Op het scherm zie je de woorden verschijnen en weer verdwijnen. Je hoort de hese, stokkende stem van een bevende oude Theo Tukker. 100 jaar is hij op dat moment. Maar ja… hij hééft nog wat te zeggen!
woensdag, augustus 27, 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten