Ik heb van die uitdrukkingen die me enorm tegenstaan. Misschien waren het ooit verfrissende vondsten. Sprankelende beeldspraken. Verrassende zinsnedes. Maar door overmatig gebruik hebben ze hun glans verloren. Het zijn clichés geworden.
Ik heb dat met de uitdrukking: ‘Je ... aan de wilgen hangen.’
Het is niet van de laatste tijd. Ik erger me er al jaren aan. Zowat alles heb ik al wel eens aan de wilgen zien hangen: gitaren, harpen, strijkstokken, kroontjespennen, krijtjes, typemachines, hockeysticks, voetbalschoenen, fietsen, autosleutels, stoelen, tafels, schilderijen, complete serviezen...
Iedereen hangt zijn ding aan de wilgen.
Ik weet nog precies wanneer ik me er voor het eerst aan ergerde. Ik was 20. Juist gestopt met mijn studie journalistiek. In een brief aan iemand schreef ik: ‘En dus besloot ik mijn pen aan de wilgen te hangen…’
Je mag het best weten: ik gruwelde van die zin (en dat doe ik nog steeds). Maar toch liet ik hem staan. Ik was op dat moment toch even helemaal klaar met het schrijven. Wat kon mij het schelen? Maar een ding stond vast. Dit was de laatste, echt de allerlaatste keer.
(O ja, nog zo’n vreselijke: ‘teenkrommend’)
zaterdag, augustus 23, 2008
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten